Verslag en fotoreportage van een parachutestage in Soulac-sur-Mer
IInitiatie parachutespringen aan de Atlantische Oceaan (6 tot 13 juli
2002).
Parachutespringen.
Nooit gedacht dat ik ooit zoiets zou doen! Waarschijnlijk ben ik lang
niet de enige die er zo over denkt. Maar eens je het geprobeerd hebt,
ben je er direct aan verslaafd en lijkt alles wat daarvoor zo spannend
was, helemaal niets meer. De spanning van de eerste sprong, samen met
de groep napraten over hoe eng het wel was om uit dat vliegtuig te springen,
en toch nog een stapje verder willen gaan door de vrije val te proberen.Een
ervaring om nooit te vergeten!
Wat hieronder volgt, geeft een beeld van hoe een opleiding parachutespringen
verloopt. Maar eerst even waar het juist allemaal om draait.
Wij volgden een opleiding static line. Een static line is een soort touw,
iets dat er een beetje uitziet als een stoffen riem, dat aan de ene kant
aan je parachute is bevestigd, en aan de andere kant in het vliegtuig
vast hangt. Als je springt, trekt die bijna onmiddellijk je parachute
open. Maar eerst moet je uiteraard uit het vliegtuig springen, volkomen
zelfstandig van op een hoogte van ongeveer 1200 meter.
De cursus omvat 5 van deze sprongen, net genoeg om je brevet static line
te bekomen. De laatste sprong kan je, mits bijbetalen, omruilen voor een
echte vrije val, onder begeleiding van 2 instructeurs.
Vrijdag
heel vroeg opgestaan om zeker op tijd te kunnen vertrekken, net voor de
grote stroom toeristen die de Franse snelwegen onveilig maakt. Vol spanning
keken we uit naar wat ons te wachten stond: iets dat toch wel gevaarlijk
leek, en dat maakte uiteraard de uitdaging nog groter. Na een ritje van
ongeveer 10 uur kwamen we op de bestemming aan. Hoewel we goed weer verwachtten,
regende het non stop. En een tentje in de regen opzetten, is echt niet
alles! De rest van de groep moest nog aankomen, dus hadden we alle tijd
om van een verfrissende douche (zij het wel met kikkers als ongewenste
gasten) te genieten. En een bezoekje aan het stadje stond uiteraard ook
op het programma (het was toch geen weer om buiten op een campingvuurtje
zelf ons eten klaar te maken). 's Avonds maakten we al kennis met enkele
"oude rotten" in het parachutewereldje.
Zaterdag
was nog een rustige dag, lekker niets doen en nog even ontspannen, want
dat parachutespringen brengt toch wel de nodige spanning en stress mee.
Gelukkig was de zee niet ver weg. De zon daarentegen. Die liet zich af
en toe liever achter de wolken verdwijnen. Later op de dag, en terug op
de camping, waren er al heel wat tentjes bijgekomen. Gek zicht, want toen
we 's morgens vertrokken was ons tentje nog het enige op heel het terrein.
Maar met meer mensen wordt het natuurlijk veel gezelliger. Die nacht toch
niet veel geslapen, want zondag zou de cursus beginnen en eigenlijk heb
je toch geen flauw idee waar je aan begint. Nachtmerries, zweetaanvallen,.
Het hoort er allemaal bij.
En
dan was het zover. Zondag, begin van de opleiding. De hele voormiddag
werd er uitgelegd wat je moest doen, waar je zeker op moest letten als
je parachute openging, welke reserveprocedure je moest toepassen,. Onze
instructeur drilde ons allemaal tot we de hele checklist van buiten konden.
Ready! Yes! Go! En dan sprong de hele groep recht, in de juiste houding
(heel belangrijk) en maar roepen: duizend een, duizend twee, duizend drie,
schok (parachute gaat open), rechthoek, rechtuit, twist, stuurlijnen,
slider, eindcellen, harnas, hoogte en oriëntatie! En regelmatig werden
we zo weer een keertje wakker geschud om alles nog eens te herhalen. Ook
de reserveprocedure werd ons op dezelfde manier gedrild. En geloof me,
op die manier vergeet je het nooit meer. In de namiddag werd de theorie
al wat omgezet in praktijk. Laat ons zeggen: "praktijk aan de grond".
De hele parachute werd opengevouwen en bestudeerd door heel het "klasje".
Voor de opleiding hadden ze ook speciaal een "kist" (want zo
noemen de Nederlanders een vliegtuigje) nagebouwd, dwz. een soort zeepkist,
maar dan zonder wielen, op hoge poten, met een soort opening dat dienst
doet als deurtje. Ideaal om je exit te oefenen, moeten ze gedacht hebben.
En je kon er niet aan ontsnappen; iedereen moest op z'n minst drie keer
uit het "nepvliegtuig" springen. En weer heel die checklist
aflopen: duizend een, duizend twee, duizend drie,. 's Avonds werd er een
gezellige barbecue gehouden voor iedereen. Toch maar niet te laat gemaakt,
want maandag beloofde een spannende dag te worden.
Na
een slechte nacht (hoogst waarschijnlijk van de grote schrik), was het
bijna zo ver. Voor de middag werd alles nog eens snel, maar heel grondig
herhaald. Niet zo slecht, want later die dag was het onze beurt om onze
eerste sprong in het onbekende te maken. Ook het harnas hing al op ons
te wachten. Aan het plafond hadden ze dat met de lijnen vastgemaakt, zodat
het leek of je echt onder een parachute hing. Dit moet echt een leuk moment
geweest zijn voor Jeroen, onze instructeur. Nu mocht hij iedereen met
allerlei parachuteproblemen lastig vallen, in de hoop dat je dan juist
zou reageren. Een twist (gedraaide draden) of een parachute die niet wou
opengaan,. Iedereen kreeg er op dat moment mee te maken. Voor iedereen
die staat te kijken is het wel grappig om de andere even te zien knoeien,
maar eens je zelf in dat harnas hangt, is het vechten voor je leven. Gelukkig
kon je maar van een paar centimeter hoog vallen. Maar dit moest je echt
perfect kunnen, anders mocht je de lucht niet in. En dat zou wel heel
spijtig zijn.
Parachutespringen
is een sport die heel afhankelijk is van het weer, en dat hebben we meteen
gemerkt. Lang wachten is geen uitzondering. De eerste sprong werd uitgesteld
tot 's avonds, want het weer liet het niet echt toe. Nog wat meer tijd
om zenuwachtig te worden! Was ik even blij dat we uiteindelijk toch nog
konden springen, want nog zo'n dag vol spanning zou mij echt niet goed
bekomen zijn. De groep werd opgesplitst in 2 kleinere groepjes om te springen.
Harnas aantrekken, oortje in je oor steken (gelukkig was er radiocontact),
helmpje op, hoogtemeter aan de pols en dan was je er helemaal klaar voor.
In het vliegtuigje was er toch de nodige spanning te voelen. En dan, op
5.500 feet, gaat dat deurtje open en is er geen weg meer terug. Iedereen
was ondertussen vastgemaakt en de eerste van het groepje zat al klaar
om uit het vliegtuig te springen. Nog meer zenuwen, zeker voor de personen
die tot het laatste in het vliegtuig moeten blijven zitten. En dan was
het ook mijn beurt. Beentjes uit het vliegtuig, eventjes slikken terwijl
ik naar beneden keek en hup, daar ging ik. Oeps, vergeten te tellen! Maar
de schok die je voelt, zegt genoeg: mijn parachute is open. Vanaf het
ogenblik dat je door de lucht zweeft, zie je alles zo ver onder je liggen.
Dan vergeet je wel al die angst en geniet je volop van dat ene moment.
En dan komt de landing. De eerste keer verloopt die niet voor iedereen
zoals het zou moeten. De drop-zone (terrein waar je moet landen) leek
ons beneden zo groot, maar bleek toch niet voor iedereen haalbaar. Maar
het zorgt achteraf wel voor de gekste verhalen: een sloot, een wei vol
met paarden, de bosjes,. Alles was goed genoeg om in te landen. In de
bar werd er 's avonds de video getoond van onze eerste sprong. En we werden
allemaal een voor een gefeliciteerd door de anderen, de meer ervaren springers.
En wij waren natuurlijk allemaal ongelooflijk fier op wat we gedaan hadden.
De
volgende dagen kon je vrij kiezen wanneer je wilde springen. Je moest
natuurlijk wel het weer mee hebben, en soms heel veel geduld hebben voor
je aan de beurt mocht. Maar dat is het allemaal meer dan waard. En als
je eens een keertje iets anders wilt doen, dan kan je gewoon een uitstapje
doen; naar de zee, een of ander stadje gaan bezoeken, een château bezoeken
(en uiteraard ook van de wijn proeven),. In de loop van de week werd er
ook een briefing gegeven voor iedereen die een vrije val wel zag zitten.
Er werd dan uitgelegd hoe je uit het vliegtuig moest springen, want dit
is anders dan bij een static line, hoe je houding moest zijn, wanneer
je je parachute moet opendoen,.
En
verder is het gewoon genieten, zeiden ze. Gelukkig krijg je bij een vrije
val 2 jump masters mee, dus je hoeft het niet helemaal alleen te doen.
Op 14000 feet (ongeveer 4,5 km hoog) spring je uit het vliegtuig, met
aan elke kant een jump master die je arm en je been vasthoudt. En dan
val je tegen een snelheid van 200 km/uur naar beneden. Zalig! Dit is het
dichtste dat je bij een vogel kan zijn. En dan kom je op 5500 feet (1.5
km hoogte), het moment dat je je parachute opentrekt. En als je het vergeet.
Geen probleem, dan is er nog altijd een jump master die het voor je zal
doen. Maar het is echt een onvergetelijke ervaring. En je komt gegarandeerd
met een spannend verhaal naar huis. En als je wilt, gaat zelfs de cameraman
mee om een video van je eerste vrije val te maken. Een echte aanrader
trouwens, misschien doe je dit maar 1 keer in je leven.
De
week was eigenlijk sneller voorbij dan we wilden. Maar we waren wel vastbesloten
om thuis, ergens in België nog verder te gaan met het parachutespringen.
Royan ligt aan de Zuidfranse Atlantische kust. Je mag meestal op mooi
weer rekenen, maar een regenbui en een bewolkte dag kan er voor zorgen
dat je niet elke kan springen. Op andere dagen spring je dan weer 2 keer.
Heb je echt ongelooflijke pech, en kan je niet alle sprongen doen, dan
kan je voor de resterende sprongen nog in België en Nederland terecht
en alsnog de opleiding afwerken.
Alvast veel plezier gewenst!
Verslag en foto's : Heidi Ceulemans
|
|